2015: Caligula

2015: Caligula

Met Caligula zet Guy Cassiers zijn zoektocht verder naar de figuur van de macht en de machthebber. Albert Camus (1913-1960) voltooide zijn drama over de wreedste onder de Romeinse keizers net voor de Tweede Wereldoorlog, maar het werd pas na de oorlog opgevoerd. Het stuk is mede omwille van de oorlogsgebeurtenissen, niet onterecht, geïnterpreteerd als een aanklacht tegen dictatuur en machtsmisbruik.

Maar Camus’ Caligula is ook een drama over de verpletterende existentiële confrontatie met de dood. Caligula kan de dood van zijn zuster en minnares Drusilla niet verwerken. Het besef van de eindigheid van het bestaan stort hem in absolute eenzaamheid en wanhoop. Hij weigert de relativiteit van ieder geluk te aanvaarden.

Hij begint een zoektocht naar het absolute, die zich uit in zijn verlangen om de maan te bezitten. Zijn omgeving, zijn vrienden, de senatoren zijn in de letterlijke betekenis van het woord ‘relativisten’: zij leven en overleven, min of meer gelukkig, met hun illusies, hun leugens en hun compromissen. Caligula wil die leugens ontmaskeren en iedereen dwingen de naakte waarheid onder ogen te zien: de afgrond van de absolute vrijheid voorbij goed en kwaad. Dat drijft hem tot een schokkende terreur en een willekeurige uitoefening van de macht. Hij experimenteert met leven en dood van mensen uit zijn omgeving omdat hij het kan en er de macht toe heeft.