De Blinden - © Kurt Van der Elst

2014: De Blinden

Recensie COBRA.
Een ‘oerbos’, een groep blinden die radeloos rondzwerven, opgeschrikt door nachtvogels. Ze zoeken de priester die hen waarschijnlijk heeft achtergelaten. Uiteindelijk vinden ze hem, dood. Maar een waanzinnige blonde vrouw heeft een kind. Dat kan zien. Het weent echter, want ziet het niet iets verschrikkelijks ? Of is dat het nieuwe leven: is dat de nieuwe ‘ziener’ ?

Het stuk ‘De Blinden’ van Maeterlinck is doordrenkt van een metafysisch pessimisme. De hele tekst wordt gedomineerd door vragen zonder antwoord, door twijfels, door ontkenningen. Woorden als ‘niets’ ‘soms’ ‘geen’ zijn als muzikale thema’s waarop alles steunt. Maeterlinck beweerde dat hij de onzichtbare dieptes van de menselijke ziel kon tonen op het toneel. Die dieptes blijken hier alleen een uitzichtloze duisternis te zijn.

De éénakter De Blinden speelt zich af in een bos en aan de zee. Guy Cassiers is radicaal afgestapt van elk spoor van realisme dat je nog bij Maeterlinck vindt. De spelers zijn zo goed als onbeweeglijk en soms vormen ze een plastisch tableau vivant. Maeterlinck heeft iedereen blind gemaakt, maar Cassiers heeft zijn acteurs ook nog hun eigen levende stem ontnomen. Elke acteur heeft een luidspreker op de borst, en langs daar horen we de tekst. De vervreemding is dan totaal. De woorden moeten heel precies en juist gezegd worden, want de ‘declamatie’ zweeft tussen heel mooi spreken en gevoelig maar ingehouden interpreteren ( bij Kevin Janssens, Abke Haring, Tom Dewispelaere, Katelijne Damen of Marc Van Eeghem is dat in goede handen) en wat droog voorlezen. Die koelte in de zegging klopt met de toon van Maeterlincks tekst.

Tegenover de uiterste soberheid van de spelers, staat de totale aankleding van de voorstelling. Cassiers heeft alles duidelijk in een theatercontext geplaatst. We zien een woud, en een aantal keer wordt er een beschilderd doekopgetrokken – we zien wolken, of de suggestie van bomen. Telkens zo een doek de hoogte ingaat, kijkt ons oog verrukt toe. Verder heeft Cassiers met de technische ploeg zwaar ingezet op lichteffecten. Met een korte val van een schijnwerper zien we de essentie van een theaterstorm. Met al deze elementen hebben we een voorstelling met veel spektakel – waarbij elk verrassend moment de tekst versterkt. Dat alles wordt gedragen door een geluidsband van Diederik De Cock : soms is hij overweldigend en luid als een heel eigen interpretatie van opvliegende nachtvogels. En soms is hij intrigerend als we Amerikaanse stemmen horen – piloten, vliegtuigen die boven het eiland toeren? Als Maeterlinck, onze enige Nobelprijswinnaar literatuur, soms erg week overkomt, dan hebben we hier een barokke versie van het symbolisme.

Twee elementen nog die dit mee tot een bijzondere voorstelling maken: de voorstelling vangt aan met Mokhallad Rasemdie in het Arabisch een gedicht opzegt en dan in de toneeltoren verdwijnt. Deze ingreep kan tot een aparte interpretatie leiden : de moslim is nog een ziener, een priester, terwijl de Europeanen alle contact met de werkelijkheid of met het Andere verloren zijn. Later zal Rasem de dode priester zijn, waardoor de hulpeloosheid van de Europese mens des te sterker beklemtoond wordt.
Het tweede element geldt het gebruik van toneelaanwijzingen. In het sombere universum van de theaterruimte worden een paar helwitte , kleine teksten geprojecteerd. Hoe ze verschijnen, plaats ruimen voor een ander woord is een subtiel spel. Tot slot zien we ‘Stilte’ –zoals het bij Maeterlinck staat- en dit laatste woord dooft uit, tegelijk met de voorstelling. Hier herkennen we Guy Cassiers die een lange staat van dienst heeft bij het manipuleren van woorden binnen het scènebeeld.

Dit is een voorstelling die een geconcentreerde aandacht van de toeschouwer vraagt. Maar de vorm die Cassiers voor deze tekst gevonden heeft, is zo dwingend dat men niet veel moeite heeft om zich te laten opzuigen door de vreemde beklemming die ontstaat door het samenspel van spelers, licht , en tekst. Het is een Maeterlinck die overtuigt, en dat is van de kant van Cassiers geen kleine prestatie.
Johan Thielemans

De Blinden – Toneelhuis. Tekst Maurice Maeterlinck ( in een vertaling van Edwin Mortier). Regie en concept Guy Cassiers. Muziek- en geluidsontwerp : Diederik De Cock. Met Stef Aerts, Katelijne Damen, Tom Dewispelaere, Abke Haring, Kevin Janssens, Marc Van Eeghem, Mokhallad Rasem e.a. In première op 25 september in Toneelhuis, speelt er tot 28 september 2014 ]